|
Op 10 augustus 1925 ontwikkelde zich een windhoos die om ± 19.00 uur
onze streek bereikte. Volgens ooggetuigen werd de houten standerdmolen
op de Needse berg, die daar eeuwen had gestaan en die onderwerp van
spookverhalen en volksvertelsels was, in enkele seconden omver geblazen.
In de dagen na deze stormramp werd het rampgebied bezocht door de
koninklijke familie, waarbij Prins Hendrik de ravage op de Needse berg
bekeek. Veel tijd heeft hij er niet voor vrijgemaakt. Na een korte blik
op de vormloze massa deed hij de zaak af met de woorden: "Dat was een
standerdmolen."
Reeds spoedig werd begonnen met de bouw van een nieuwe molen. Begin 1927
was de molen gereed.
De eerste pachter van de molen werd Hendrik Jan Varenhorst, uit het
vierde geslacht Varenhorst op de Needse berg. Hendrik Jan en na hem zijn
broer Herman Hendrik hebben het slechts kort op de nieuwe molen
uitgehouden. Een volgende pachter liet het na een jaar ook afweten en
daarmee was de geschiedenis van het koren malen op de Needse berg als
beroepsbeoefening beëindigd.
De molen raakte in verval. De vereniging "De Hollandsche Molen" kwam in
de problemen met het onderhoud en om afbraak te voorkomen werd de molen
in 1943 door de gemeente Neede "om niet" overgenomen. Overdrachtsakte 5
januari 1944. In 1951/1952 werd de molen gerestaureerd en ingericht als
houtzaagmolen. Met ingang van 1 april 1952 werd de molen voor die
functie verhuurd aan H.A. Stortelder te Neede, doch hij heeft slechts
enkele jaren op windkracht gezaagd. Ingaande 1 juni 1969 werd de firma
Stortelder de huur opgezegd en raakte de molen opnieuw in verval.
In de jaren 1973-1974 en 1998-1999 werd de molen nogmaals gerestaureerd;
de kosten van deze restauraties bedroegen respectievelijk ƒ 100.000,--
en f 730.000,-- .
|